Zoek op deze site met FreeFind

De Knaagreepstraat


Plaats met de muis of touchpad de cursor ('handje') op de afbeelding hierboven om virtueel
de Knaagreepstraat te verkennen! (© Google Streetview)

Wandelweg van de middeleeuwse Bunderzusters

Een van de oudste wegen van de Tuimelarehoek is de Knaagreepstraat. Tijdens de periode dat op de hoek van de Oude Heirweg en de huidige Ten Bunderenstraat het Gasthuis ten Bunderen stond (van ca. 1269 tot 1578), trokken de bewoonsters ervan langs deze weg naar de parochiekerk van Moorslede om de mis bij te wonen. Dat was elke zondag en ook op de vele verplichte kerkelijke feestdagen (in die tijd zo'n 50-tal per jaar), zo lezen we in de kloosterkronieken van het Gasthuis. Ook nadat bij het Gasthuis rond 1330 een eigen kapel en kapelanij (= woning voor de kapelaan) was opgericht bleven deze voettochten naar het centrum van Moorslede doorgaan. Er was namelijk géén vaste priester verbonden aan ten Bunderen. Enkel wanneer er een rondtrekkende kapelaan langskwam, konden de zusters ter plaatse naar de mis gaan.


Een H. Misviering tijdens de middeleeuwen. Miniatuur.

De Knaagreepstraat loopt nu midden in een lieflijk landbouwgebied met een mooi uitzicht op glooiende uitgestrekte velden. Maar diezelfde weg was, toen de kleine comunauteit van zusters die bewandelde (ongeveer één uur heen, één uur terug), niet meer dan een smal weggetje dat er in de wintermaanden modderig bij lag, dat kronkelde doorheen het donkere Veldbos (later "Knaegreep-Bosch" genoemd) en dat onveilig werd gemaakt door struikrovers en allerlei wilde dieren.

De mogelijke wandelroutes van de laat-middeleeuwse Gasthuiszusters via de Knaagreepstraat
De (geel gekleurde) mogelijke wandelpaden van de laat-middeleeuwse Gasthuiszusters, via de Knaagreepstraat,
naar de parochiekerk van Moorslede (© OpenStreetMap).

Vermoedelijk stapten de Bunderzusters op zon- en feestdagen tot helemaal aan het einde van de Knaagreepstraat, waar ze belandden in de huidige Gentsestraat. Daar ging het dan links richting parochiekerk. Maar misschien volgden ze een nog korter traject via de Knaagreepstraat, om na ongeveer 2 km links de Kouterweg te nemen (ALS die toen al bestond...), die uitgeeft op de Breulstraat, waar ze afsloegen naar rechts om terecht te komen bij de St.-Martinuskerk. Het is niet historisch na te gaan of de zusters van Ten Bunderen wel 'ns een compleet andere, alternatieve route volgden, zuidwaarts via de Oude Heirweg tot aan de Schouthoek, en vervolgens rechts de Breulstraat insloegen en tot in de dorpskom stapten. Maar dat was toch wel een flinke omweg!

Oeroude sporen van menselijke aanwezigheid

Gebouwplattegrond van een oude (Gallo-Romeinse?) bewoningskern (met rode pijltjes aangeduid) naast de Knaagreepstraat en vlakbij de Gasthuishoeve van Ten Bunderen (bij de gele pijl) op Popp-kadasterkaart
Links de gebouwplattegrond vlak boven de Knaagreepstraat, rechts de omwalde hoeve van
het vroegere Gasthuis ten Bunderen. (Uitsnede van de Popp-kadasterkaart, 1851).

In een veld naast de Knaagreepstraat zijn in de bodem de funderingen gelokaliseerd van een oud gebouw. De structuur van de plattegrond is te bekijken op een kadasterkaart van Popp uit 1851. Het betreft een rechthoekige vorm met een ringweg en 2 dwarswegen. Op de kruising van beide dwarswegen tekent zich een ringvormige sloot af met middenin een "mote" (= verhoogd heuveltje) waarop vermoedelijk ooit een versterking stond. Dat bouwwerk kan dateren uit de feodale tijd, uit de vroege middeleeuwen en misschien zelfs uit de Gallo-Romeinse Romeinse periode. Om te komen tot een exacte datering ervan zijn archeologische opgravingswerken tot op een bepaalde diepte noodzakelijk. Maar die komen er niet "omdat de site wordt beschouwd als 'niet accuut bedreigd' en dus geen prioritaire behandeling krijgt" (Ludo Hameeuw), maar vooral omdat de eigenaar van het betreffende stuk grond dat tot nu toe steeds heeft verhinderd.


35.000 jaar oude schrabber in vuursteen, in 1999 gevonden bij de Knaagreepstraat (Foto: J. Goderis/ W. Wylin).

Met een formeel schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur van Moorslede kon de Rumbeekse archeoloog Jozef Goderis van 11 tot 25 oktober 2009 wél een prospectie (vooronderzoek) verrichten op de plaats van de gebouwplattegrond. J. Goderis, toenmalig voorzitter van de Vereniging voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in West-Vlaanderen (V.O.B.o.W.) vond in de bodem, behalve stukken van Romeinse dakpannen, allerlei silex-werktuigen uit het laatste deel van de oude Steentijd. Hij stootte daarmee op de oudst bekende sporen van menselijke aanwezigheid of tijdelijke bewoning in heel Moorslede.


Honderdduizenden jaren oud gebruiksvoorwerp naast de
Knaagreepstraat (Foto: J. Goderis/W.Wylin).

Prehistorische klopsteen, in 1899 gevonden in Oost-Moorslede
(afb. M. A. Rutot).

Veel eerder al, in 1899, verzamelde de archeoloog M. A. Rutot in verscheidene steenbakkerijen in onze contreien een reeks gebruiksvoorwerpen in vuursteen uit de oude Steentijd. In het oosten van Moorslede (de Tuimelare?!) trof hij een klopsteen aan die dateert van ongeveer 700.000 jaar v.Chr.! (Bron: M. A. Rutot. Note sur la découverte d'importants gisements de silex taillés dans les collines de la Flandre occidentale, in - Bulletin et mémoires de la Société d'Anthropologie de Bruxelles, jg. 18 (1899-1900), p. 64). Later vond ook de oudheidkundige Maurice de Maere d'Aertrycke in dezelfde streek enkele prehistorische afslagen in vuursteen (Bron: M. de Maere d'Aertrycke. Anciens et nouveaux emplacements de population néolithique en Ouest-Flandre, in - Annales de la Société d'Emulation de Bruges, dl. 61, jg. 1911, pp. 329-330).

Vanwaar de naam knaagreep?

Een hedendaagse knaag- of snackgreep als versnapering voor konijnen en andere knaagdieren
Een hedendaagse knaag- of snackgreep als versnapering voor konijnen en andere knaagdieren.

Linda Malfait: "Een knaagreep is heden ten dage een heerlijk voedingssupplement, samengesteld uit geperst gras en aangevuld met groenten (biet, pompoen, paprika), om een knaagdier, zoals een konijn, cavia of hamster, te verwennen. Deze snack is rijk aan vezels. Het dier kan er bij wijze van tijdverdrijf lekker aan kan knagen en zorgt daarmee voor een juiste afslijting van zijn gebit. Maar het samengestelde woord "knaagreep" stamt reeds uit de middeleeuwen! De preciese etymologische herkomst ervan is niet makkelijk te achterhalen. In zijn "Woordenboek der toponymie van Westelijk Vlaanderen" (1923) schreef Karel De Flou dat het woord "Knaagreep" (met zijn viarianten "Knaegreep", "Knagereepstraat", "Cnaegreep", "Kwâgreep") vrij uitzonderlijk moet zijn geweest. Volgens De Flou komt de naam "Knagereep" voor in tal van 19de eeuwse teksten en en werd hij steevast in verband gebracht met ...een stuk land, weg of wijk in Moorslede".

"Laten we de twee componenten van de samengestelde naam, "knaag" en "reep", even apart bekijken. Als "knaag" eertijds, zoals nu, de stam was van het werkwoord "knagen", wie of wat knaagde er dan?" In zijn "Westvlaamsch Idioticon" (1873) verwijst L.-L. De Bo naar het werkwoord "knagen" in de betekenis van knarsen, schuren, wrijven, "schraven" van het wiel (vanwege te veel drukking erop). Bijv. "Het wiel van de kar knaagt als het tegen de kasse wrijft.".

"Reep" - het 2de lid van de naam "knaag-reep" - was de naam voor een smalle, langgerekte strook grond, veelal langs een waterloop of helling. Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (VMNW) haalt als voorbeeld een tekstfragment aan uit 1286: "...tenen sticke dat men heet die reep...". En G. Gezelle geeft in zijn dialect-verzameling "Loquela" het volgende citaat: "Hij heeft daar nog ne reep meersch liggen, d.i. smalle striepe gers" (rond 1880)". De Bo voegt in zijn "Westvlaamsch Idioticon" nog een betekenis toe aan het woord "reep": "de ijzeren band om een karrewiel".

Een laatmiddeleeuwse houten trekkar.
Een laatmiddeleeuwse houten trekkar.

L. Malfait:"Als de betekenis van de 2 woorddelen, "knaag" en "reep" klopt dan zou "knaagreep" zoveel betekenen als: "het stuk land (= reep) waar het karrewiel schraaft (= knaagt)". Dat is zeker van toepassing op de Knaagreepstraat, die een vrij dalende weg is, komende van de Koekuitberg, waardoor de ijzeren band van het karrewiel bij het afremmen "knaagt aan de reep", schraaft aan deze strook land dus. Deze interpretatie van het woord lijkt erg geloofwaardig. Maar volledige zekerheid is er niet, al was het maar omdat het 2de woorddeel "reep" van alles kan betekenen.

In zijn "Loquela" (boek-editie, 1907) neemt G. Gezelle het woord "repper" op, dat "mannelijk konijn" betekent, en hij verwijst naar het middelnederlandse woord "reep", dat "konijnenbok", "keunebuk" wilde zeggen in het West-Vlaams! In dit geval zou "knaagreep" letterlijk betekenen: "een knagende konijnenbok". En konijnen waren er in overvloed in het verdwenen "Knaegreep-Bosch", aan weerskanten van de straat!

Een antieke vlaskam uit de 18de eeuw
Een antieke vlaskam uit de 18de eeuw.

Sommige taalkundigen zoeken in de richting van het woord "repe", een aloude synoniem voor vlaskam, een ijzeren kam met lange tanden om het vlas te "repelen" (= ontdoen van de zaadknoppen). Daarvan is trouwens de hedendaagse uitdrukking "iemand over de repel halen" (= iemand berispen, belasteren) afgeleid! Dat verband met de vlasbewerking is bovendien niet eens zo vergezocht want, volgens de 19de-eeuwse plaatselijke geschiedschrijver M. Van den Weghe, werd er al vanaf de 17de eeuw veel vlas gekweekt in Moorslede, vooral op de vruchtbare akkers van de Tuimelarehoek. Uit een landbouwstatistiek van 1834 blijkt dat toen 360 huisgezinnen in de gemeente alléén leefden van het vlas!

Anderen merken op dat een "reep" van oudsher ook de benaming was voor een "trekkoord", "bindtouw" of "streng waaraan de paarden trekken", wat kan te maken hebben gehad met een koordendraaierij in de huidige Knaagreepstraat.

Een houten voederruif aan de wand van een boerenstal. (© Wikimedia)
Een houten voederruif aan de wand van een boerenstal. (© Wikimedia Commons)

Volgens enkele dialectologen, o.m. Cyriel Moeyaert, was het middelnederlandse woord 'reep', in Frans- en West-Vlaanderen, een verlengde versie (met een lange klinker ee) van het woord 'rep' (met een korte klinker e) dat eertijds 'ruif' betekende. Een ruif is een metalen of houten, schuinstaand of schuin opgehangen traliewerk in de stal, waaruit de hoevedieren zoals paarden, schapen, koeien of geiten kleine porties hooi 'rippen' (middelnederlands werkwoord voor 'afrukken'), knagen en opknabbelen. Een knaagreep is in dit geval een reef waaruit het vee voeding knaagt... "Se non è vero, è ben trovato" (= ook al is het misschien niet waar, het is dan toch goed gevonden), zegt het Italiaanse spreekwoord!

Zoals u ziet: er blijft ruimte vrij voor allerlei denkpistes, de ene al overtuigender dan de andere. Voorlopig blijft de onduidelijkheid omtrent de straatnaam Knaagreepstraat dus voortbestaan...


De 'monding' van de Knaagreepstraat in de Oude Heirweg, met aan de overkant de boerderij op de plaats van het
verdwenen gastshuis ten Bunderen(© Google Streetview).

    © Copyright 2022- . Alle rechten voorbehouden. Linda Malfait.     Webbeheerder: Willem Wylin.